Begroting 2021

Paragrafen

Lokale heffingen

Taxeren op gebruiksoppervlakte
Sinds 1 juli 2011 is het verplicht om de gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) te gebruiken voor WOZ-taxaties. Dat gold niet voor het gebruik van de gebruiksoppervlakte. De meeste gemeenten en belastingsamenwerkingsverbanden taxeren de woningen op basis van de bruto inhoud. Ook onze gemeente taxeert op basis van bruto inhoud. In september 2016 heeft de Waarderingskamer het besluit genomen dat, met een overgangstermijn van vijf jaar, alle woningen verplicht moeten worden getaxeerd op basis van de gebruiksoppervlakte van de BAG. Het besluit van de Waarderingskamer om hier op over te gaan, sluit veel beter aan op de beschikbare openbare gegevens. De marktinformatie die we gebruiken bij het taxeren van woningen is in de meeste gevallen gebaseerd op de gebruiksoppervlakte van de woning. Daarnaast is het in het kader van het stelsel van basisregistraties “eenmalige inwinning meervoudig gebruik van gegevens” een logische stap.
Taxeren op gebruiksoppervlakte in plaats van bruto inhoud leidt niet tot afwijkingen in het waardeniveau van objecten.

De inspanning om deze gegevens in te winnen en te verwerken is voor alle uitvoeringsorganisaties groot. Derhalve kunnen de nodige vraagtekens worden gesteld bij de doelmatigheid van deze verplichting.
We zijn in 2019 gestart met het project om van alle woningen de gebruiksoppervlakte te bepalen. We liggen op schema en we verwachten het project, conform planning, uiterlijk eind 2021 af te ronden.

Macronorm
Vanaf 2020 wordt een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee is een einde gekomen aan het monitoren met de macronorm.
De macronorm bepaalde sinds 2007 de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen. Sinds die tijd is de vergelijking van de lokale lasten tussen gemeenten volgens het Rijk beter mogelijk geworden. Onder meer door de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentebegroting de ontwikkelingen toe te lichten. Vandaar dat de benchmark woonlasten vanaf 2020 wordt ingevoerd.

Duurzaamheid
Duurzaamheid staat op de agenda van het huidige kabinet. Duurzaamheid kan op verschillende manieren worden gestimuleerd. Onder andere door financiële prikkels. Vanuit de politiek komt steeds meer de vraag of deze financiële prikkels middels de gemeentelijke belastingen gerealiseerd kunnen worden.

In de gemeentewet staat geregeld wat een gemeente aan belastingen mag heffen. In de wet is gekozen voor negatieve randvoorwaarden. Er staat alleen wat niet mag, daarbuiten heeft de gemeente in principe de vrije keuze. De belastingverordeningen zijn opgesteld vanuit het perspectief om op eenvoudige wijze relatief rechtvaardig inkomsten te genereren. Deze lokale heffingen worden slechts beperkt ingezet om beleidsdoeleinden te dienen.
Voor een groot aantal belastingsoorten is duurzaamheidsbeleid ook nog niet mogelijk. Hiervoor moet de wet worden aangepast of is er voor de praktische uitvoering nog geen oplossing. Daarnaast is het effect van duurzaamheidsbeleid via lokale heffingen te weinig onderzocht. Alleen op basis van goed onderzoek kan de effectiviteit van de maatregel worden afgewogen tegen de gevolgen ervan voor de gemeentelijke begroting en de lastenverschuivingen.
Er zitten dus nog wel wat haken en ogen aan. De vraag is of de gemeentelijke belastingen dan wel geschikt zijn als stimulans. Het is verstandiger en doelmatiger te kiezen voor een systeem waarbij je de belastingopbrengsten gebruikt om als gemeente zelf duurzaam te investeren of subsidies te vertrekken.

Deze pagina is gebouwd op 10/07/2020 10:03:24 met de export van 10/07/2020 09:52:43