Begroting 2021

Hoofdlijnen

Financiële hoofdlijnen

De begroting 2021 komt onder een uniek gesternte tot stand. De wereldwijde uitbraak van het coronavirus heeft grote impact op het dagelijkse leven en de economische situatie. Tot op dit moment is het nog steeds onmogelijk in te schatten wat precies de gevolgen zijn van de coronacrisis. Duidelijk is wel dat alle voorspellingen over de (economische) ontwikkelingen fors zijn bijgesteld. In de basisraming van het Macro Economische Verkenningen 2021 gaat het Centraal Planbureau uit van een krimp van 5% in 2020, gevolgd door ruim 3% groei in 2021. De werkloosheid loopt op tot 6% in 2021.
Het is op dit moment onmogelijk in te schatten wat de financiële en economische effecten voor de gemeente ’s-Hertogenbosch zullen zijn. Daarom heeft deze begroting een andere insteek dan gebruikelijk. De gemeenteraad heeft met het vaststellen van de voorjaarsnota ingestemd met de volgende aanpak:

  • er is geen ruimte voor nieuw beleid;
  • het voorgestelde pakket aan ombuigingen nemen we volledig mee;
  • de incidentele middelen uit de screening van de reserves en voorzieningen ad. € 6,6 miljoen reserveren we om de begrotingen zonder Corona-effecten en Sociaal Domein gedurende het restant van deze collegeperiode sluitend te maken;
  • bij het opstellen van de begroting 2021 gaan wij in eerste instantie uit van een min of meer going concern-begroting als startpunt. Hier voegen wij het voorgestelde pakket aan ombuigingen aan toe. Vervolgens bepaalt ons college via het Corona Report op basis van de dan bekende financiële ontwikkelingen hoe het nieuwe meerjarige begrotingsbeeld er uit komt te zien. Op hoofdlijnen leidt dit tot een aanpassing van de going concern-begroting.

De begroting 2021 zoals deze nu wordt voorgelegd, is dus op basis van going concern inclusief de ombuigingen. Mogelijke gevolgen van de coronacrisis zijn hier niet in verwerkt. Per programma wordt apart aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen van de coronacrisis. Deze zijn volledig in lijn met de financiële effecten die zijn opgenomen in het Tweede Coronareport. Dat betekent dus dat we een nadeel verwachten in een bandbreedte van € 4 tot € 9 miljoen op de algemene dienst. Dit is exclusief de bijdrage die onze gemeente ontvangt uit het 2e steunmaatregelenpakket van het Rijk. De precieze verdeling van dit 2e pakket is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet bekend.
Het grootste financiële nadeel verwachten we op de parkeerinkomsten. We houden rekening met een daling van 10% tot 30%, wat neerkomt op maximaal € 5,2 miljoen. Daarnaast verwachten we dat in 2021 de sociaaleconomische crisis zichtbaar wordt. We verwachten een groter beroep op de gemeentelijke sociale vangnetten. Zowel binnen het gesloten circuit van het Sociale Domein – WMO; Jeugdzorg; Beschermd Wonen – als binnen het armoedebeleid. Op basis van landelijke inschattingen verwachten we vanaf september 2020 een stijging van 10% in klanten EHBG en Schulddienstverlening. Dit leidt tot een verwacht nadeel in 2021 van € 0,3 tot € 1 miljoen. Ook verwachten we een toename van het aantal uitkeringsgerechtigden. Conform de gangbare systematiek van BUIG worden we gecompenseerd door het Rijk, enkel de hogere uitvoeringskosten komen direct ten laste van onze gemeente. We schatten dit effect op maximaal € 0,7 miljoen.
Tenslotte houden we rekening met hogere bedrijfsvoeringskosten (€ 0,3 miljoen) als gevolg van thuiswerken, oninbaarheid van vorderingen (maximaal € 1 miljoen) en lagere inkomsten toeristenbelasting (€ 0,4 miljoen). Daarnaast worden we door het uitstel van de Omgevingswet mede als gevolg van Corona, geconfronteerd met hogere projectkosten (€ 0,3 miljoen).
De incidentele nadelen als gevolg van de Coronacrisis kunnen opgevangen worden vanuit de incidentele middelen uit de screening van de reserves en voorzieningen alsmede uit onze algemene reserve.

Ombuigingen
De ombuigingsvoorstellen die bij deze begroting gedaan worden staan los van de coronacrisis. Nederlandse gemeenten profiteerden namelijk niet van de positieve economische situatie van voor de crisis. Doordat Rijksuitgaven achterbleven, werd het gemeentefonds als gevolg van de trap-op, trap-af systematiek fors negatief bijgesteld. Ook de opschalingskorting had negatieve effecten. De door het Rijk voorziene schaalvergrotingen van gemeenten gingen niet door, maar de daarbij behorende besparing op apparaatskosten werd wel in stand gehouden. Daarnaast werd steeds duidelijker dat iedere gemeente geconfronteerd werd met tekorten binnen het sociaal domein.
Dit alles leidde ook in ’s-Hertogenbosch tot tekorten. In de meerjarenbegroting 2021-2023 is hiervoor een stelpost opgenomen, oplopend tot € 4,3 miljoen structureel. In de Voorjaarsnota hebben wij een concreet pakket met maatregelen op tafel gelegd. Onze gemeenteraad heeft middels een motie de wens uitgesproken om een aantal voorgenomen bezuinigingen niet door te voeren en daar alternatieven voor neergelegd. Wij nemen de aanpassingen 1-op-1 over in deze begroting. Daarmee realiseren we een structurele besparing van € 5,6 miljoen.

Financieel beeld
Het financieel beeld ziet er als volgt uit (bedragen x € 1.000):

2021

2022

2023

2024

Uitkomst Begroting 2021 na actualisatie

-3.075

-2.883

-3.486

-3.486

Taakstelling

-2.734

-2.965

-4.310

-5.883

Begrotingsvoorbereiding 2021

599

536

894

631

Uitkomst bestaand beleid

-5.210

-5.312

-6.902

-8.738

Invulling ombuigingen

4.410

4.929

5.551

5.634

Inzet Reserve screening reserves en voorzieningen

800

383

-

-

Nieuwe taakstelling

-

-

1.351

3.104

Concept uitkomst meerjarenbegroting

-

-

-

-

In bovenstaand overzicht is zichtbaar dat we vanaf 2023 rekening houden met een nieuwe taakstelling. We weten dat de impact van de Corona crisis ook voor ’s-Hertogenbosch groot is. Maar hoe groot nog niet. Toch moeten de precieze financiële gevolgen voor onze begroting zich nog uitkristalliseren. In de coronaparagrafen leest u hier meer ovr. Er zijn nog veel onzekerheden, met name vanuit het Rijk. We gaan daarom voor 2021 en 2022 uit van een sluitende going concern-begroting. De incidentele nadelen als gevolg van de Coronacrisis kunnen opgevangen worden vanuit de incidentele middelen uit de screening van de reserves en voorzieningen alsmede uit onze algemene reserve. Hierbij merken we dat op rijksniveau erkenning komt voor de financiële problematiek van de gemeenten. We hopen op basis hiervan dat het Rijk op een aantal niveaus komt tot duurzame en gezonde financiële verhoudingen. Natuurlijk volgen we de ontwikkelingen nauwgezet. Zodat we zo goed mogelijk voorbereid zijn om een antwoord te vormen op de financiële impact van de Corona crisis op onze begroting.

Woonlasten
Landelijk zien we opwaartse druk ontstaan op de woonlasten die gemeenten in rekening brengen bij haar inwoners en bedrijven. Veel gemeenten hebben het financieel moeilijk. Ze kampen met forse tekorten omdat de jeugd- en ouderenzorg duurder uitpakt dan gedacht. De Coronacrisis komt daar nog bovenop. Door degelijk financieel beleid én door tijdig noodzakelijke keuzes te maken heeft onze gemeente een gezonde financiële positie. En juist daardoor kunnen we vasthouden aan de afspraak uit ons Bestuursakkoord 2018-2022 om de woonlasten enkel te corrigeren voor inflatie. Sterker, doordat we lagere financieringskosten toerekenen aan de rioolheffing en kosten besparen binnen de afvalstoffenheffing, nemen de woonlasten maar beperkt toe of dalen zelfs. Een woninggebruiker betaalt in 2021 0,47% minder, terwijl eigenaren 0,5% tot 1,12% meer gaan betalen. Deze stijging is ruim lager dan de inflatiecorrectie van 3,16%. De lasten voor bedrijven stijgen ongeveer met 2,8%.

Deze pagina is gebouwd op 10/07/2020 10:03:24 met de export van 10/07/2020 09:52:43